De Knoop

 

De Knoop
hier sta ik
stalen stilte
schepen praaien
mijn voeten
half in het land
sta ik doodstil

Gevraagd door Volten (1925 – 2002), schreef dichter Bert Schierbeek (1918-1996) vlak voor zijn dood bovenstaand gedicht over het beeld.
Hij werkte van 1954 tot 1957 als lasser bij de Nederlandse Dok- en Scheepsbouwmaatschappij (NDSM).
Als er tijd over was ging hij wat experimenteren op de werf. Die knoop staat dus precies goed, met één voet in het IJ.
Volten: ”Ik houd niet van symbolische voorstellingen. Mijn beelden hebben ook nooit een naam. Natuurlijk laat ik me wel inspireren door de omgeving, maar dan toch meer in ruimtelijke zin.
Deze imposante weidsheid dwingt je met iets groots te komen, je moet hier echt wat laten zien.
En als je er betekenis in wilt zien, achteraf heb ik wel bedacht dat mensen zich zouden kunnen identificeren met een stellingname: het is een teken aan de grens van Amsterdam-Noord en de rest van de wereld, twee pijlers – één in het water en één op de grond, de twee schakels die elkaar omarmen, dat is toch een stukje verbondenheid van Noord en de andere kant van het IJ. Ik zie het ook als een eerbetoon aan mij voor het te laat is. Sinds 1950 woon ik hier, ik kan ook echt zeggen dat ik hier hoor, met Noord verstrengeld ben. Maar in het hele stadsdeel staat niets van mij. Dus als je Volten toch nog met Noord wilt verbinden, dan is het nu of nooit. En: dan moet het ook wel wat wezen.”
Bron: Parool, 21 mei 1996

Opdrachtgever: stadsdeel Amsterdam Noord



Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *