Speech Jan Teeuwisse

Dames en heren,
In de afgelopen twee dagen is het oeuvre van André Volten weer in het volle licht komen te staan.

Zorgvuldig gerestaureerd en gepoetst door een team dat het ongelooflijke heeft gepresteerd en daarvoor niet genoeg geëerd kan worden. De leider van deze Thunderbirds is Trude Hooykaas. Zij komt straks aan het woord.
Vanaf vrijdag jongsleden kreeg het oeuvre van André Volten in museum Beelden aan Zee Koninklijke aandacht en in de cortège daarachter volgden honderden belangstellenden: familie, vrienden en medewerkers van de kunstenaar, architecten, beeldend kunstenaars en vormgevers, verzamelaars, museumdirecteuren en tentoonstellingsmakers, rijksbouwmeesters en ministers, burgemeesters en deelraadbestuurders, captains of industry en Jan met de pet. Gisteren en vandaag passeerden al zo’n 1000 bezoekers onze museumkassa en de potentie die het product Volten kennelijk bezit, dwingt het bestuur van de André Volten Stichting – en dit is mijn dringend advies – tot een spoedvergadering die voor vanavond nog kan worden uitgeschreven.
Opvallend genoeg is er tot op heden niet één kritische noot gekraakt over de getoonde waar in Beelden aan Zee. Zij die het werk van Volten kennen, raken bijkans geëmotioneerd door het weerzien van al deze iconen maar ook de jongere bezoekers zijn laaiend enthousiast over het esthetisch fenomeen dat zij voor het eerst aanschouwen. Hoe is het mogelijk dat een kunstenaar van deze allure met een monumentaal oeuvre aan de openbare weg en ruim vertegenwoordigd in vrijwel alle belangrijke museum- en privécollecties, 15 jaar na zijn dood reeds behoed moet worden voor anonimiteit en corrosie?

Erven van beeldhouwers hebben het zwaar vergeleken bij de nazaten van schilders en andere kunstdisciplines. Ik spreek uit ervaring. Bij de beeldhouwers van de ateliers op Wittenburg was het goed gebruik om de gipsmodellen van voltooide opdrachten te laten afzinken in het brede water direct achter het voormalige schoolgebouw waar ze een vredige dood stierven. Na het overlijden van mijn vader heb ik dat gebruik voortgezet totdat twee piepjonge agenten zich meldden die gebeld waren door een buurman, een NSB’er met milieugevoelens. Er zou illegaal puin zijn gestort. Helaas was het waterpeil nogal gezakt en keken wij gedrieën naar een aantal figuren uit de Commedia dell’ Arte die ons, net kopje onder, spierwit aanstaarden. Ik legde uit dat het hier een eeuwenoud beeldhouwersgebruik betrof, zoals het verbranden van de woonwagen van een overleden zigeuner, en geheel beduusd liet de hermandad mij verder met rust.
Alhoewel het IJ vele mogelijkheden biedt, had André Volten duidelijk andere plannen met zijn nalatenschap. Woonhuis, atelier en oeuvre kwamen onder het beheer van een stichting. Het gebeurt weleens dat een bejaarde kunstenaar zich met dergelijke plannen tot mij wendt en mijn advies is dan steevast: ‘Als je geen Croesus bent, doe het dan in godsnaam niet! Je dynamische werkplek verwordt tot een oudheidskamer, je nazaten slaan elkaar de hersens in en je werk roest weg of wordt commercieel misbruikt.’ De verering van één kunstenaar valt of staat niet alleen bij de smaak en mores van de tijd maar bovenal bij de beschikking over een vermogen met een rendement dat minimaal dekkend is voor de exploitatie van het ideaal, zeker nu de overheid zich voorgoed heeft teruggetrokken. Beeldhouwersmusea bestaan er natuurlijk wel: in Parijs heb je de ateliermusea van Rodin, Bourdelle en Zadkine, in Berlijn dat van Kolbe en in Kopenhagen is Thorvaldsen begraven in het hart van zijn gipsotheek. Maar dat zijn allemaal door een koning, minister of burgemeester gefinancierde musea. Atelier en oeuvre van Henry Moore worden beheerd door een stichting, zijn archieven door een onderzoeksinstituut. Maar Henry Moore was schatrijk en op zijn foundation zijn we allemaal jaloers. Het kan ook anders. Een navrant voorbeeld van de teloorgang van een particulier beeldhouwersmuseum is dat van de stokoude Arnaldo Pomodoro in Milaan. Pomodoro, één jaar jonger dan Volten en zeker beroemder, kreeg zo’n 10 jaar geleden een schitterende fabriekshal als museum, inclusief auditorium en educatieve dienst. Hij liep er dagelijks rond en de medewerkers spraken hem aan met ‘Maestro’. Een paar jaar later ging de enige hoofdsponsor, een bank, failliet en werd het gebouw verkocht. Het museum verhuisde terug naar een klein atelier, het merendeel van de grote bronzen bollen en schijven woont in zeecontainers, berustend in een sinister lot.

André Volten moet over grote overtuigingskracht hebben beschikt want hij wist zich te verzekeren van de solidariteit en het support van een aantal van zijn bewonderaars dat zich op dat moment waarschijnlijk geen voorstelling kon maken van hun toekomstige verantwoordelijkheid. Zestien jaar na Voltens dood heeft zijn initiatief – dat moet ik hem nageven en daar feliciteer en prijs ik de stichting mee – dan uiteindelijk wel geleid tot een fraai gerestaureerd ateliergebouw en een retrospectief op twee locaties. Tegelijk weten wij echter aan welke zijden draad dit alles hing én hangt en hoeveel moeite een klein aantal van Andrés Acolieten zich heeft moeten getroosten om dit alles voor elkaar te krijgen! Ik ken de historie van enige afstand maar goed genoeg om te weten dat bewondering en liefde voor Volten en zijn oeuvre een handvol ertoe heeft gebracht om zijn huis en werk te restaureren, omvangrijke collecties elders op te slaan, het oeuvre te ontsluiten en strategisch te categoriseren. Dit handvol heeft ervoor gezorgd dat er nu alsnog realistische plannen gemaakt kunnen worden voor de toekomst maar we kunnen er niet op vertrouwen dat dit soort anonieme helden zich in lengte van jaren blijft aandienen. Als directeur van een 100% particulier museum met grote ambities en verdomd weinig eigen middelen, ken ik de strijd die dagelijks moet worden geleverd om de stichtingsidealen gedurig te blijven verwezenlijken.

Toen ik in 2013 mocht aanschuiven in de adviesgroep die Trude naar hier heeft gelokt met hydraulisch geserveerde spijs en drank, was het vijf voor twaalf. Trude is in staat geweest dat dreigende noodlot te vertragen. Ik moest steeds denken aan die scene uit Hitchcock’s film The 39 Steps waarin de held aan de wijzer van de Big Ben hangt. Voorkomen moet namelijk worden dat het uur slaat waarmee een Pruisische bom tot ontploffing komt. Trude heeft de wijzer in beide handen vast en aan haar fijngesneden, zwarte jurkpanden bungelen Jannet van Zadelhoff, René Kops, Ruud Laarman, Karin van der Kooy en nog wat getrouwen. Beneden staan bestuurders en adviseurs – onder wie ikzelf – te delibereren of ze nu een vangnet of misschien wat matrassen zullen aanslepen. En die klok, die blijft maar tikken.

Hier, in het hart van Volten Country, is het moment daar om de plannen van Trude cum suis ten uitvoer te gaan brengen. Er is een collectie weg te schenken aan representatieve openbare collecties: musea, beeldentuinen en bedrijfscollecties in binnen- en buitenland. Volten moet weer zichtbaar worden, anders gaat hij echt dood.
Vervolgens is er een deel van de collectie die de markt op kan. Gun mensen hun Volten: op het dressoir, aan de muur of in de tuin. Het brengt geld in de lade. Op de komende TEFAF in maart zal Kunsthandel Borzo voor het eerst enkele werken van Volten gaan tonen, en dat in het functionele verband met andere kunstenaars uit zijn stal van geometrische abstractie en ZERO. Borzo is een van de weinige Nederlandse galeries met internationale uitstraling en werkt bijvoorbeeld nauw samen met de gerenommeerde Major Gallery in Londen. En dan is er, ten derde, de zogenaamde huiscollectie, documentatie van de creatieve werkzaamheid hier van een halve eeuw ontwerpen voor de openbare ruimte. Het stoffig gevaar van de stijlkamer kan worden vermeden door de noeste creativiteit van Volten naar het heden te tillen met de organisatie van kunstenaars residenties, tentoonstellingen, door de versplinterde aandacht voor de geometrisch-abstracte traditie te bundelen, enz. Voor al dit soort activiteiten identificeren zich partners en subsidiënten. Maar vergeet vooral ook niet het publiek – ‘de mensen’ aldus Volten – te blijven inwijden in zijn werk en leven. De belangstelling blijkt er te zijn en de nieuwsgierigheid om achter de tralies van het magisch universum te mogen kijken, is misschien nog wel sterker. De locatie biedt enorme kansen. Noord is een gebied volop in ontwikkeling, met EYE, Nieuw Dakota, NDSM, restaurant Hotel De Goudfazant enz., enz. De mensen zijn dol op creatieve rafelranden en de nabijheid van het Centraal Station is goud waard. Gans belegen en bejaard Nederland trekt de Mephisto’s aan om cultureel onderwezen te worden en eer te betonen aan iemand die zo’n ander en risicovol pad heeft gekozen dan zij. Zorg dan wel voor een goede kop koffie en een abstract puntje taart want zelfs Museum Voorlinden draait quitte dankzij het café. Als Wim Quist het vraagt, zal banketbakker Holtkamp die taartjes zeker willen leveren. Uit die tevreden bezoekers werf je vervolgens de leden van de VAV, de Vrienden van André Volten, en daar bovenop bouw je de andere kringen van begunstigers: de young urban professionals die in Aerdenhout of Laren wonen maar kantoor houden aan de Zuidas of aan het IJ. Zij rijden in auto’s waarvan ik alleen maar kan dromen maar zij hunkeren weer naar die beelden die ik in de plomp heb gegooid. Naast de individuele gevers heb je bedrijven en andere stakeholders die alleen al de locatie interessant zullen vinden omdat je er in een maatschappelijk prikkelende omgeving exclusief kunt dineren en parkeren. De mogelijkheden zijn onbeperkt maar wie gaat dit alles, nu Trude en Team de uitputting nabij zijn, wie gaat dit alles creatief en scherpzinnig doordenken, op papier zetten, entameren en uitvoeren? Alvorens Theo en Lida Scholten hun museum Beelden aan Zee stichtten, wierven zij op onweerstaanbare wijze hun eerste vrijwilligers die vervolgens in hun eigen omgeving gingen werven. Ook zonder een stichter is het mogelijk zo’n corps van de grond te tillen. Het gaat erom dat je wat te bieden hebt en dat aanstekelijk weet over te brengen. Het Hildo Krop Museum in Steenwijk draait op vrijwilligers. Huis Doorn, laatste woonhuis van Der Kaiser, heeft een team van 200 vrijwilligers! Als ik moest kiezen tussen Wilhelm II en Volten, dan wist ik het wel.
Onder de vrijwilligers van Beelden aan Zee rekenen wij ook de leden van het bestuur. Theo Scholten maakte de kandidaten duidelijk dat het een grote eer was als zij een zetel in dat bestuur mochten bekleden, verwachtte dat zij er minstens één dag in de week op kwamen zitten en – daarbij – hun netwerken volledig en exclusief voor het museum zouden inschakelen. Bestuursleden die zich vooral op openingen lieten zien, konden vertrekken. Vrijwillig betekent immers niet vrijblijvend.
Ik weet dat er fondsen en zelfs personen zijn die financieel willen bijdragen aan het professioneel opzetten van zo’n museumexploitatie op basis van een vrijwilligersorganisatie. Een eenmalige duw is voor deze filantropen veel aantrekkelijker dan maar geld plonsen in een onzekere exploitatie. (Denk daarbij aan de BankGiro Loterij!) Een eenmalige bijdrage, onder voorwaarde natuurlijk van een gedegen en realistische blauwdruk die voorziet in een langdurig bestaan. Het belang van de kunstenaar en zijn oeuvre behoeft nauwelijks betoog. Het gaat er om de zakelijke basis van een levensvatbaar Museum Atelier Volten – het MAV (onderschat niet het belang van de afkorting) – helder en beknopt te schetsen en alle denkbare stakeholders in de komende maanden hiervan deelgenoot te maken.
Tot en met 27 mei aanstaande prijkt het werk van André Volten weer in het volle licht en ik adviseer het bestuur met klem om in deze periode beide locaties, het creatief laboratorium hier aan het IJ en de serene museale presentatie aan de Noordzee, volop te gebruiken als achtergrond voor uw onderhandelingen. Museum Beelden aan Zee heeft de verantwoordelijkheid en het risico genomen om André Volten de aandacht te geven die hij verdient. Ik daag het bestuur van de Stichting André Volten uit om ons hier, tijdens de finissage op 27 mei aanstaande, te komen vertellen of het Koning Willem-Alexander is of Koningin Amalia die de opening van MAV zal gaan verrichten.

Dank U.



Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *